Nederland draagt twintig Indonesische erfgoedstukken over na onderzoek naar hun herkomst
Een diamant, een handgeschreven koran, manuscripten en grafstenen gaan terug naar Indonesië. Herkomstonderzoek wees uit dat alle twintig objecten onvrijwillig in Nederland terechtkwamen.

Illustratie: Feitelijk
Op 9 oktober 2026 ondertekenden de Indonesische minister van Cultuur Fadli Zon en minister Rianne Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in het Indonesia House in Amsterdam een overeenkomst over de teruggave van twintig culturele objecten aan Indonesië. Achttien objecten worden beheerd door het Wereldmuseum, twee door het Rijksmuseum. Uitgebreid herkomstonderzoek concludeerde dat bij alle twintig sprake was van onvrijwillig bezitsverlies tijdens de koloniale periode.
Welke voorwerpen gaan terug?
Tot de terug te geven stukken behoren de diamant van Banjarmasin — een geslepen diamant van 38 karaat, ooit onderdeel van de rijkssieraden van de sultan van Banjarmasin — en de Sikin Panjang, een traditioneel zwaard uit Aceh. Beide worden beheerd door het Rijksmuseum.
Uit de collectie van het Wereldmuseum gaan onder meer een handgeschreven koran die heeft toebehoord aan Teuku Umar, vier manuscripten uit het sultanaat Aceh (waaronder de Hikayat Makkah Madinah) en zes wayang beber-rollen van geklopte boombast uit 1633 tot 1669. Verder gaat het om een paneel van een graftombe, waarschijnlijk afkomstig van een koninklijk graf in Aceh, en om zandstenen grafstenen — Batu Aceh — met Arabische kalligrafie.
Wat is herkomstonderzoek?
Bij herkomstonderzoek reconstrueren onderzoekers de weg die een voorwerp heeft afgelegd: wie het bezat, hoe het van eigenaar wisselde en hoe het in een Nederlands museum terechtkwam. Daarvoor worden archieven, registraties en historische bronnen gebruikt. Het onderzoek naar deze twintig objecten wees uit dat zij onvrijwillig uit Indonesië zijn verdwenen, bijvoorbeeld door roof of dwang. Over de precieze omstandigheden bij elk afzonderlijk voorwerp doen de openbare berichten geen uitspraken; de adviezen van de Commissie Koloniale Collecties gaan daar per stuk op in.
Die commissie is onafhankelijk en adviseert de minister van OCW over teruggaveverzoeken van cultuurgoederen die in koloniale context zijn weggenomen. Herstel van onrecht is daarbij het uitgangspunt: cultuurgoederen die onvrijwillig zijn verloren in voormalige Nederlandse koloniën moeten onvoorwaardelijk worden teruggegeven als het land van herkomst daarom vraagt. De commissie staat onder voorzitterschap van Lilian Gonçalves-Ho Kang You en publiceert haar adviezen op haar website. Op dit moment behandelt zij verzoeken van Indonesië en Sri Lanka.
Minister Letschert volgde het advies van de commissie op. “Met deze teruggave, op advies van de Commissie Koloniale Collecties, dragen we bij aan het herstel van historisch onrecht. Deze objecten hebben een grote culturele en historische waarde voor Indonesië. Ze hadden nooit in Nederland moeten zijn. Dit onrecht zetten we nu recht”, zei zij.
Wat betekent de overdracht in de praktijk?
Het tekenen van de overeenkomst betekent nog niet dat alle stukken al in Indonesië zijn. Een woordvoerder van Letschert verwacht dat de objecten begin volgend jaar daadwerkelijk worden overgedragen, meldde het ANP. Tijdens dezelfde ceremonie werd ook de overdrachtsovereenkomst voor de Dubois-collectie getekend, een omvangrijke verzameling fossielen die zich in Naturalis Biodiversity Center bevindt. Daarvan zijn vier belangrijke objecten al overgedragen; het transport van de rest wordt voorbereid.
Voor een land en zijn bevolking kunnen zulke voorwerpen een bijzondere historische en culturele betekenis hebben: ze horen bij verhalen, tradities en geschiedenis die niet in een buitenlands museum thuishoren, is de gedachte achter het Nederlandse teruggavebeleid. Eerder gingen op verzoek van Indonesië en op advies van de commissie al honderden objecten terug.